Boek Lopen Naast de RODE Loper
incl. btw, excl. verzendkosten
Standaard verzending 1 - 3 Werkdagen
1. Nederlanders met of zonder een migratie-achtergrond, met interesse DOORWERKING van het slavernijverleden
2. Organisaties: medewerkers en management
3. Managers die geïnteresseerd zijn in D&I
4. D&I-professionals
Productinformatie
De boodschap van "Lopen Naast de RODE loper", zit verwoord in de subtitel "Leer, Vecht, Groei". Het is een stukje autobiografie over mijn loopbaan. Het boek gaat over een de ‘wij- zij’-wereld waarin je als zwarte persoon in Nederland leeft. Een wereld, waarin het slavernijverleden doorwerkt, via de bias van mezelf en van mijn omgeving en dientengevolge in mijn loopbaan. Het beschrijft, hetgeen ik vanaf mijn 5de jaar tot mijn pre-pensioen geleerd heb, welke gevechten ik heb gevoerd en hoe ik gegroeid ben als zwarte man in een dominante ‘witte wereld’.
Reflectie door de heer Rabin Baldewsing, Regeringscommissaris tegen Discriminatie en Racisme.
Allereerst wil ik je hartelijk danken voor het vertrouwen en de eer die je mij hebt gegeven door mij op vrijdag 24 april jl. een exemplaar van je boek Lopen naast de Rode Loper aan te bieden. Ik heb dat moment als bijzonder waardevol ervaren. Niet alleen vanwege de persoonlijke ontmoeting, maar vooral vanwege de betekenis en urgentie van het verhaal dat je met dit boek hebt neergezet. Het raakt rechtstreeks aan het werkveld waarin ik mij als Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme dagelijks begeef.
Jouw boek heeft mij diep geraakt. Wat mij in het bijzonder treft, is de gelaagdheid ervan. Het is niet slechts een persoonlijk verhaal, maar ook een familiegeschiedenis, een maatschappelijk document en een indringende analyse van structurele ongelijkheid. Je beschrijft op overtuigende wijze hoe de zogenoemde wij-zij-dynamiek zich manifesteert; aanvankelijk in de Surinaamse context waarin je wortels liggen, maar onmiskenbaar doorwerkend in de Nederlandse samenleving van vandaag. Dat maakt jouw boek uiterst relevant, ook – of misschien juist – in deze tijd. Je laat zien hoe je bent gevormd, enerzijds door je ervaringen in Suriname en anderzijds, en misschien nog sterker, door je opgroeien in Nederland. De invloed van jouw umwelt in Latour is herkenbaar in je reflecties, maar het zijn vooral je eigen ervaringen die het boek zijn kracht geven. De confrontaties met onderscheid, anders behandelen en achterstelling op basis van huidskleur en culturele achtergrond zijn indringend beschreven en hebben, zoals je zelf laat zien, een blijvende impact gehad op je denken en handelen. Daarmee geef je woorden aan ervaringen die velen herkennen, maar die nog te vaak onvoldoende worden gezien of erkend.
Wat je bovendien scherp blootlegt, is de doorwerking van het slavernijverleden en het koloniale verleden. Je maakt duidelijk dat deze geschiedenis geen afgesloten hoofdstuk is, maar een levende realiteit die nog altijd structuren, verhoudingen en kansen beïnvloedt. Dat is een ongemakkelijke waarheid, maar wel een die onder ogen gezien moet worden. Juist in het huidige maatschappelijke en politieke debat is het van groot belang dat deze historische dimensie niet wordt gebagatelliseerd, maar serieus wordt genomen als verklaring voor hedendaagse ongelijkheid.
Je beschrijving van Nederland als een nieuw land dat enerzijds perspectief bood, maar anderzijds ook nieuwe vormen van uitsluiting introduceerde, is bijzonder herkenbaar. Het is precies die paradox die ik in mijn werk steeds weer tegenkom: de ervaring van welkom zijn in de nabijheid – op school, in de buurt, bij vrienden – en tegelijkertijd de ervaring van afwijzing in de publieke ruimte, op straat, in het openbaar vervoer en binnen instituties. De vraag die je stelt, hoe dit mogelijk is, is dan ook volkomen terecht. Het antwoord is, zoals je zelf ook laat zien, confronterend en vraagt om reflectie en actie.
Hoofdstuk VII, Botsing van culturen, heeft mij persoonlijk geraakt. De spanning tussen verschillende normatieve kaders, verwachtingen en identiteiten is iets wat velen, ook vandaag de dag, nog dagelijks ervaren. Kinderen die hier geboren worden uit ouders met een migratieachtergrond, of dat nu mensen met Afrikaanse roots zijn, of bijvoorbeeld moslims, worden nog steeds geconfronteerd met deze botsingen. Dat dit niet alleen een individueel vraagstuk is, maar ook een maatschappelijk en institutioneel probleem, maak je op indringende wijze duidelijk. Ook jouw beschrijving van de werkvloer, met name binnen overwegend witte organisaties, is scherp en herkenbaar. Het bestaan van een glazen plafond voor mensen van kleur, zeker in management- en leiderschapsposities, is een realiteit die we niet langer kunnen ontkennen. Jouw analyse van discriminatie gedurende iemands loopbaan, van instroom tot doorstroom en doorontwikkeling, is treffend en onderbouwt de noodzaak om structureel in te grijpen. Inclusie en inclusiviteit zijn daarbij geen abstracte begrippen, maar concrete opgaven die vragen om beleid, leiderschap en volharding.
Jouw reflecties op inclusie sluiten nauw aan bij de uitdagingen waar wij als overheid voor staan. Het realiseren van een inclusieve en diverse overheid is geen eenvoudige opgave. Het vraagt om een lange adem, om consistentie en om de bereidheid om ongemakkelijke gesprekken te voeren en bestaande structuren ter discussie te stellen. Zoals je impliciet laat zien: dit is geen sprint, maar een marathon. En die marathon moeten we blijven lopen; op de werkvloer, binnen instituties, maar ook in het dagelijks leven waar alledaags racisme zich manifesteert.
Wat jouw boek zo krachtig maakt, is dat het uiteindelijk teruggaat naar fundamentele vragen: Mag ik er zijn? Mag ik meedoen? Dat zijn geen kleine vragen; het zijn existentiële vragen die raken aan waardigheid, erkenning en gelijkwaardigheid. Je verwijzing naar het principe van Ubuntu – ik ben omdat wij zijn – is in dat opzicht veelzeggend. Ik deel die visie. Tegelijkertijd moeten we constateren dat deze gedachte nog lang niet vanzelfsprekend is in onze samenleving. Het vraagt inzet, strijd en doorzettingsvermogen om dit ideaal dichterbij te brengen. De weg die we te gaan hebben, is inderdaad lang en niet geplaveid. Het is een weg met obstakels, met tegenwind en soms met kronkelige paden. Maar niets doen is geen optie. We hebben de verantwoordelijkheid om door te gaan, om te blijven bouwen aan een samenleving waarin iedereen daadwerkelijk een plek heeft en zich erkend voelt. In dat proces is jouw boek van grote waarde. Het biedt niet alleen inzicht en reflectie, maar draagt ook bij aan het gesprek over wat er nodig is om verandering te realiseren.
De vraag die daaruit voortvloeit, en die jij impliciet ook stelt, is of er voldoende wil is om daadwerkelijk te handelen. Kunnen we een brede coalitie van welwillenden vormen die niet alleen spreekt, maar ook doet? Ik blijf daarin voorzichtig optimistisch. Ondanks de hardnekkigheid van discriminatie en racisme zie ik ook dat er stappen worden gezet, dat bewustzijn groeit en dat er – ook institutioneel – veranderingen plaatsvinden. Dat proces is traag en soms weerbarstig, maar het is gaande. Juist daarom zie ik jouw boek als een spiegel die ons allen wordt voorgehouden; individueel, institutioneel en als samenleving. Het dwingt tot reflectie, maar ook tot verantwoordelijkheid. En daarvoor wil ik je oprecht danken. Je hebt met dit werk niet alleen een persoonlijk verhaal gedeeld, maar ook een belangrijke bijdrage geleverd aan een maatschappelijk noodzakelijk gesprek.
Nogmaals mijn grote dank dat ik een van de eerste exemplaren in ontvangst mocht nemen. Ik zal de inhoud van je boek actief onder de aandacht brengen binnen de overheid, te beginnen binnen het bureau van de NCDR, maar zeker ook bij verschillende departementen. Het verdient een breed lezerspubliek en serieuze bespreking.
Ik wens je veel succes met jouw verdere werkzaamheden en hoop dat je met dit boek velen zult blijven inspireren en aanzetten tot reflectie en actie.
Met een grote brasa,
Rabin Baldewsingh
Regeringscommissaris tegen Discriminatie en Racisme